Volg ons!

Goud voor The Fountain, The Queen wordt Koning




20/10/2007

Filmmuziek is door de jaren heen een steeds prominentere rol gaan spelen tijdens het Filmfestival in Gent. Ook voor de vierendertigste editie van het festival is er ruim baan gemaakt voor filmmuziek. Waar bij de zes voorgangers de uitreiking van de World Soundtrack Awards een rustpunt in het overvolle programma was, is het met ingang van dit jaar dé climax van het festival geworden. Het filmfestival toont hiermee aan hoezeer zij de innige verstrengeling van muziek en film wil beklemtonen.

Nadat we op donderdagavond reeds konden genieten van Gustavo Santaolalla en zijn Bajofondo Tango Club en op vrijdagavond van de muziek van Alberto Iglesias is de zaterdag geheel ingeruimd voor de uitreiking van de grote filmmuziekprijzen en een gevarieerd aanbod aan, vooral Europese, filmmuziek. De ochtend start, net als de zes voorgaande World Soundtrack Awards edities, met een persconferentie waarop niet alleen het nieuwe Belgische talent Jef Neve en winnaar van de ‘Discovery Award’ 2006 Evanthia Reboutsika aanwezig zijn maar ook de gerenommeerde componisten Mychael Danna en Harry Gregson-Williams. De presentatie wordt verzorgd door de van de BBC Radio 3 bekende Tommy Pearson die het overgrote deel van de, vrij standaard, vragen stelt. De persconferentie is binnen de vijfenveertig minuten afgerond, waarna er nog een half uur gereserveerd is voor korte interviews en signeersessies waarvan de toegestroomde fans gretig gebruik maken.

Wanneer rond de klok van kwart over acht de openingshymne gecomponeerd door Elmer Bernstein wordt ingezet weten de aanwezigen zeker dat de avond begonnen is. Met een spectaculair programma voor de boeg lijkt deze avond bij voorbaat niet te kunnen mislukken. De eerste uitreiking van die avond is de ‘Sabam Award’ voor de meest originele compositie door een jonge Belgische componist. Een van de kanshebbers op die prijs is componist Joris Hermy, die eerder lovende kritieken mocht ontvangen voor zijn muziek bij het theaterstuk Minoes. Vlak voor aanvang van het concert spreek ik nog even met de regisseur van het stuk die zijn bewondering voor Hermy’s muziek niet onder stoelen of banken steekt.

Hermy is het echter niet degene die naar voren geroepen wordt om de prijs in ontvangst te nemen. Werner Viane schreef volgens de vakjury de beste score voor een kort montage fragment uit Belgium; The Movie, een keuze waarover te discussiëren valt. Zijn muziek is zeker knap geschreven, klassiek, maar weinig vernieuwend. Opvallend is dat hij zijn muziek nauwelijks heeft laten comprimeren met de beelden, waardoor de verkiezing van de jury als zeer behoudend bestempeld kan worden. Na het zien van het filmpje met de score van Viane live gespeeld door het Vlaams Radio Orkest, traditiegetrouw onder leiding staand van Dirk Brossé is het tijd voor de ‘Public Choice Award’. Alle scores die het afgelopen jaar verschenen zijn stonden in de lijst en iedereen was vrij deel te nemen. Via de website van de World Soundtrack Awards kon er worden gestemd en velen hebben die kans niet aan zich voorbij laten gaan. Het was lastig op voorhand te voorspelen welke score het beste gevonden zou worden door het publiek. Uiteindelijk gaat de prijs verassend genoeg naar The Fountain, zonder twijfel de meest bijzondere score van het jaar. Clint Mansell, verassend genoeg aanwezig, want niet aanwezig op de gastenlijst, neemt de prijs met een grote glimlach in ontvangst.

Dan is het tijd voor de eerste echte suite van de avond, die van Dagen zonder Lief van de van oorsprong Belgische Jazzcomponist Jef Neve. Het is een prachtige suite, met een grote hoofdrol voor de piano, die Neve zelf bespeeld. De manier waarop hij zijn muziek laat evolueren en het gebruik van de piano in combinatie met de strijkinstrumenten en koperblazers heeft wel wat weg van Terence Blanchard, de huiscomponist van Spike Lee. Niet vreemd want net als Neve heeft ook Blanchard een jazzverleden. Neve krijgt ruim baan om zijn muziek aan het publiek te laten horen en nadat het slotakkoord geklonken heeft volgt er een luid en lang applaus uit de zaal.

Datzelfde applaus klinkt ook weer wanneer Daniel Tarrab en Andres Goldstein naar voren treden om hun ‘Discovery Award’ in ontvangst te nemen. Vier keer eerder al werden de heren genomineerd voor deze Award, een record, en nu dan mogen ze eindelijk hun prijs in ontvangst nemen. Aansluitend op deze uitreiking wordt er een suite uit Evanthia Reboutsika’s My Father and My Son gespeeld. Haar jeugd stond immer in het teken van film en muziek en nadat ze haar muzikale opleiding in Patra, Parijs en Athene had genoten werd ze vioolsoliste. Naast haar nog altijd voortdurende carrière als soliste schrijft ze ook filmmuziek en deze twee elementen worden op deze bijzondere avond gecombineerd. De score bestaat uit een bijzondere mix van traditionele westerse klanken en authentieke oosterse elementen. Als vioolsoliste neemt ze de belangrijkste plaats in het orkest in, bijgestaan door Osama Abdulrasol die de Qanun bespeelt. Deze Irakees woont sinds korte tijd in Gent en is naast solist ook componist. Samen brengen de twee, muzikaal ondersteund door het orkest, een suite ten gehore die van begin tot eind voor kippenvel zorgt. De manier waarop de twee samen hun performance neerzetten is van grote schoonheid en een lust voor oog en oor.

De opwinding verdwijnt na deze suite niet. Eerst mag de titelsong You know my Name van Chris Cornell voor de James Bond film Casino Royale de prijs voor ‘Best Song’ in ontvangst nemen, daarna mag Clint Mansell opnieuw naar voren treden om ditmaal de prijs voor ‘Best Score’ op te halen. De Academy beloont hem overduidelijk voor zijn experimentele aanpak en bovenal wonderschone score voor The Fountain. Maar de grootste verassing vindt plaats bij de prijsuitreiking in de categorie van ‘Best Composer of the Year’. Gezien de aanwezigheid van Michael Danna en Harry Gregson-Williams leek het op voorhand te gaan tussen die twee, maar de jury kiest uiteindelijk voor de afwezige Alexandre Desplat, voor zijn werken The Queen en The Painted Veil. Een meer dan verdiende uitverkiezing. De prijs wordt in ontvangst genomen door de legendarische componist Maurice Jarre, die met een knipoog Desplat de opdracht geeft zeker aanwezig te zijn bij de achtste editie van de WSA. Als laatste Award wordt die avond de zogeheten ‘Lifetime Achievement Award’ uitgereikt aan de Griekse componist Mikis Theodorakis, vooral bekend vanwege zijn score voor Zorba the Greek. Door ziekte is hij helaas niet in staat de prijs zelf in ontvangst te nemen, maar via een videoboodschap laat hij weten hoezeer hij de prijs waardeert. Voordat de pauze aanbreekt speelt het Vlaams Radio Orkest de bekendste track van Theodorakis; de compositie die hij schreef voor de dans in Zorba the Greek. De track zorgt voor veel herkenning in de zaal en met een opgewekt gevoel staat iedereen na de laatste tonen op om de benen te strekken.

In de korte pauze die daarop volgt nemen de vele gasten de mogelijkheid ter harte hun favoriete componist op te zoeken. Terwijl de grootste aandacht uitgaat naar de hoofdgasten van het filmmuziekspektakel loopt ook Mansell rustig rond, zichtbaar genietend van de erkenning. Ook Nicholas Hooper, componist van de vijfde Harry Potter score is aanwezig, net als Gabriel Yared en David Arnold. Het is een bijzondere ervaring de componisten tussen pers en publiek te zien staan en het is overduidelijk dat alle kampen met volle teugen genieten.

Na de pauze is het de beurt aan de muziek van de beide hoofdgasten, Harry Gregson-Williams en Michael Danna. Nadat Pearson en zijn Belgische collega-presentator Roel van Bambost Gregson-Williams hebben geïntroduceerd treedt hij naar voren en neemt hij het dirigeerstokje van Brossé over. Zichtbaar nerveus maar tegelijkertijd genietend van dit moment leidt hij het orkest doorheen de muziek van Shrek I, II en III, Seraphim Falls, Gone Baby Gone en The Chronicles of Narnia: The Lion, the Witch and the Wardrobe. De suite van de laatste titel bestaat voor het grootste deel uit The Battle en eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het prima klinkt. Er is overduidelijk geschaafd aan het stuk om het voor orkest uitvoerbaar te laten zijn, maar nergens doen deze herschrijvingen afbreuk aan het origineel. Zijn Seraphim Falls en Gone Baby Gone zijn heel wat minder bijzonder, vooral door de wat standaard orkestratie. Opvallend is het wel dat hij geen enkele track opvoert van een score voor een Tony Scott film.

Nadat óók hij een luid en warm applaus ontvangen heeft is het de beurt aan de muziek van Danna die zelf geen enkele rol speelt in de uitvoering. Hij verzorgt echter een korte inleiding op zijn werk dat die avond gespeeld wordt. Opvallend zijn de talloze, al dan niet, exotische, instrumenten: accordeon, Amerikaanse fluit, gitaar, bansuri en de Javaanse gamel an – een verzamelnaam voor een klein orkest bestaande uit oosterse instrumenten. Danna’s suites zijn ingetogen van opzet, waarbij opvallend is dat ook hij veel gebruik maakt van solo’s. De mooiste suite is die ongetwijfeld van Little Miss Sunshine. Hij heeft de originele muziek danig herschreven waardoor het geheel een veel klassiekere klank meegekregen heeft. Ook mooi, maar iets te lang is zijn suite voor The Ice Storm waarbij Danna gebruik maakt van de eerder genoemde gamel an. Over de keuze van de suites valt te twisten, maar feit is dat het past in het verlengde van de rest van de concerten. Want net als het concert van Iglesias is ook de muziek deze avond weer opvallend zwaarmoedig van klank. Het traditionele Hollywood geluid heeft een grote stap opzij gemaakt en de Europese scores hebben volledig de ruimte gekregen. Zelfs de suites van Gregson-Williams zijn vrij melancholisch van karakter geweest.

Na afloop wordt er voor de genodigden van Sabam en andere sponsoren een receptie georganiseerd, terwijl het betalende en echte filmmuziekminnend publiek zonder drankje genuttigd te hebben het pand verlaat. Het blijft een vreemde gang van zaken dat dergelijke recepties alleen toegankelijk zijn voor genodigden, terwijl het juist voor de echte filmmuziekliefhebber een mooie gelegenheid is om samen met de componisten en andere gasten het concert te evalueren. Het is een piepklein smetje op een verder prima georganiseerd concert dat bol heeft gestaan van de kwaliteit. Het Filmfestival Gent heeft zijn naam en faam weer meer dan waard gemaakt.

Coen Haver

 



Meer